← Terug

Pesten 7

Andere varianten: Pesten 13
Pesten 7

Probeer al je kaarten weg te spelen en je tegenspelers te 'pesten'. Speel met 7 kaarten in de hand, en 1 kaartspel.

Direct in je browser — niets installeren.

Spelregels Pesten

Pesten Het speldoel van Pesten is het behalen van zo min mogelijk punten.

Je speelt het (in dit geval) met z'n vieren, ieder voor zich, en je gooit om de beurt een kaart op.
Bij de variant "Pesten 7" begint iedere speler met 7 kaarten in de hand, en wordt één compleet kaartspel gebruikt, inclusief 2 jokers, dus 54 kaarten.
Bij de variant "Pesten 13" begint iedere speler met 13 kaarten in de hand, en worden twee complete kaartspellen gebruikt, inclusief 2 jokers per spel, dus 108 kaarten kaarten.

De speler die begint (die moet uitkomen), is degene links naast de persoon die de kaarten schudt en deelt.
Nadat iedereen zijn kaarten heeft gekregen, wordt de rest van de stapel ondersteboven (gesloten) op tafel neergelegd.
De bovenste kaart wordt er vanaf gepakt en open neergelegd, naast de gesloten stapel.

Het is de bedoeling dat wanneer je aan de beurt bent, je een kaart op die open stapel neerlegt.
De kaarten die neergelegd mogen worden, zijn de kaarten die dezelfde kleur hebben als de bovenste kaart op de open stapel, en/of dezelfde waarde, of een joker, of een boer (maakt niet uit van welke kleur).
De joker en de boer vallen onder de categorie 'pestkaarten', daar komen we straks op terug.
Daarna wordt er met de klok mee gespeeld.
Wanneer iemand géén kaart kan opgooien, dan moet die persoon de bovenste kaart pakken van de gesloten stapel.
Daarna is de beurt voorbij. Je mag dus nooit de kaart opspelen die je net hebt gepakt.
Het is de bedoeling om dus als eerste 'uit' te zijn, dat wil zeggen dat je geen kaarten meer in de hand hebt.

Bij het spelen kun je gebruik maken van zogeheten pestkaarten.
Hieronder volgt een uitleg over deze kaarten.

Joker De volgende die aan de beurt is moet 5 kaarten pakken van de gesloten stapel.
Die speler mag daarna geen kaart meer op de open stapel leggen.
Indien deze speler een joker heeft of een 2 (kleur maakt niet uit), dan kan deze opgegooid worden.
Daarmee hoeft hij of zij dan niet de 5 kaarten te pakken, maar moet de volgende speler 10 of 7 kaarten pakken.
Er wordt dus doorgeteld zolang er tweeën en jokers op elkaar liggen, en degene die geen joker of 2 meer kan bijleggen moet het totaal aantal doorgetelde kaarten pakken van de dichte stapel.
Een joker heeft geen kleur, en mag daarom altijd gespeeld worden!
Als er een joker ligt, en de vorige die aan de beurt was, heeft voor straf kaarten gepakt, dan mag je een kaart neerleggen van iedere kleur, aangezien de joker geen kleur heeft.
2 De volgende die aan de beurt is, moet 2 kaarten pakken van de gesloten stapel.
Die speler mag daarna geen kaart meer op de open stapel leggen.
Indien deze speler een joker heeft of een 2 (kleur maakt niet uit), dan kan deze opgegooid worden.
Daarmee hoeft hij of zij dan niet de 2 kaarten te pakken, maar moet de volgende speler 7 of 4 kaarten pakken.
Er wordt dus doorgeteld zolang er tweeën en jokers op elkaar liggen, en degene die geen joker of 2 meer kan bijleggen moet het totaal aantal doorgetelde kaarten pakken van de dichte stapel.
Een 2 mag alleen gespeeld worden als die dezelfde kleur of waarde heeft als de bovenste kaart op de open stapel, en dus ook altijd op een joker.
7 of heer Wanneer je een 7 of een heer opgooit, blijf je aan de beurt en mag je nog een kaart opgooien.
De kaart moet dus wel dezelfde kleur of waarde hebben als de kaart waar je deze oplegt op de open stapel.
Het is dus toegestaan om een 7 op een andere 7 te leggen, maar ook om een 7 op een heer te leggen of andersom, zolang ze wel van dezelfde kleur zijn.
Deze kaarten kunnen er dus voor zorgen dat je in één beurt veel kaarten kan opgooien!
8 Als er een 8 wordt opgegooid, dan slaat de volgende speler een beurt over.
Dus als zuid een 8 op gooit, dan is noord direct aan de beurt.
Een 8 mag natuurlijk ook weer op een andere 8 neergelegd worden.
boer Een boer mag altijd opgegooid worden, ongeacht de kleur.
Wanneer je een boer opgooit, mag je bepalen welke kleur je 'er van maakt'.
Je bepaalt dus welke kleur de boer krijgt en in welke kleur er door de volgende speler doorgespeeld moet worden.
Een boer mag ook op een andere boer worden neergelegd.
aas Als iemand een aas opgooit, dan wordt de speelrichting omgekeerd.
Normaal gesproken wordt er beurtelings gespeeld met de klok mee (noord » oost » zuid » west), maar als iemand dus een aas speelt, dan wordt er tegen de klok in gespeeld (noord » west » zuid » oost).
De speler die de aas opgooit is niet nogmaals aan de beurt.
Dus als de speelrichting met de klok mee is, en oost heeft zojuist een kaart opgegooid, en zuid speelt vervolgens een aas, dan is direct daarna oost weer aan de beurt, en daarna noord.
Uiteraard mag je ook een aas op een aas neerleggen.

Als iemand nog maar één kaart in handen heeft, dan wordt dat duidelijk kenbaar gemaakt aan alle spelers.

Je mag als laatste kaart géén pestkaart opgooien!

Als de laatste kaart een pestkaart is, dan moet je dus passen en een kaart van de dichte stapel pakken.
Op het moment dat iemand geen kaarten meer heeft, dan is de ronde voorbij en worden de punten geteld van de kaarten in de hand.
De bedoeling is om zo min mogelijk punten te halen, dus zorg ervoor dat je hoge kaarten weg speelt!
Pestkaarten zijn allemaal 20 punten waard, behalve de joker, die is 50 punten!
De punten van de kaarten zijn als volgt:

joker= 50 punten
aas= 20 punten
heer= 20 punten
vrouw= 10 punten
boer= 20 punten
10= 10 punten
9= 9 punten
8= 20 punten
7= 20 punten
6= 6 punten
5= 5 punten
4= 4 punten
3= 3 punten
2= 20 punten

Na een ronde wordt er opnieuw gedeeld, en is er weer een nieuwe gesloten stapel, en één open kaart.
De persoon die deelt, is de persoon die in deze ronde was uitgekomen.
Zo verschuift de positie van degene die deelt en degene die uitkomt dus elke ronde één positie naar links.
Het aantal ronden dat in totaal word gespeeld is afhankelijk van de speelvariant.
Bij het spelen met 7 kaarten zijn er in totaal 8 rondes, en bij het spelen met 13 kaarten zijn er in totaal 5 rondes.
Nadat alle rondes gespeeld zijn, wordt jouw eindscore bekend gemaakt.

Dit is jouw puntentotaal minus het gemiddelde aantal punten van je tegenstanders.
Stel dat jij 50 punten hebt, west heeft er 60, noord 30 en oost 90, dan is je eindscore -10.
Het gemiddelde van de tegenstanders is 60, dus jouw eindtotaal is 50 - 60 = -10.
Het gaat er dus niet alleen om dat jij zo min mogelijk punten haalt, maar ook dat je tegenstanders zoveel mogelijk punten halen!

Pesten: Gameplay

Pesten: het speelvenster
Onderin zie je jouw kaarten. Klik op een kaart om hem op de open stapel te leggen; hij moet in kleur of waarde overeenkomen met de bovenste kaart.

Uitleg bij de nummers:
  1. Het scorebord met de ronde, de scores per speler én de complete uitleg van de pestkaarten en de puntentelling — die hoef je dus niet te onthouden
  2. Bij elke speler staat hoeveel kaarten hij nog heeft
  3. De speelrichting: groen is met de klok mee, oranje is tegen de klok in (na een aas)
  4. De gesloten stapel (kaarten pakken) en de open stapel (kaarten spelen)
  5. De meldingen: hier zie je wat er gebeurt en wat jij moet doen — in dit geval kaarten pakken door op de dichte stapel te klikken
Pesten: de boer, kleur kiezen
Speel je een boer, dan mag je zelf bepalen in welke kleur het spel verdergaat.
Klik op één van de vier kleuren.

De gekozen kleur komt daarna bij de open stapel te staan, zodat iedereen kan zien wat er gespeeld moet worden.

Pesten 7 · versie 20260718.080600