Spelregels Manillen
Manillen is hét kaartspel van Vlaanderen, en dan vooral van West-Vlaanderen. Het stamt af van het
Franse
manille, dat op zijn beurt teruggaat op het Spaanse
malilla. De naam is ook de naam van
de belangrijkste kaart: de
manille, dat is de 10, de hoogste kaart van elke kleur.
Je speelt het met vier in twee vaste ploegen; je maat zit tegenover je. Er wordt niet geboden: de gever (in Nederland de deler)
kiest de troef. Je leert het snel, maar wie de kaarten goed telt, wint ook met een slechte hand.
De kaarten en hun rangorde
Er wordt gespeeld met 32 kaarten: van elke kleur de 7 tot en met de aas. De volgorde is anders dan je gewoon
bent. Van hoog naar laag:
10 (manille) – aas – heer – vrouw – boer – 9 – 8 – 7
Die volgorde geldt in alle vier de kleuren, ook in de troefkleur. Een troefkaart wint altijd van een kaart van
een andere kleur, hoe laag die troef ook is: een troef-7 verslaat dus een manille van een andere kleur.
Het delen
Iedere speler krijgt 8 kaarten; de gever geeft ze in porties van 3, 2 en 3, met de klok mee, te beginnen bij
de speler links van hem. Na elk deel schuift de beurt om te delen één plaats op, met de klok mee.
Eén regel is bijzonder: de
maat van de gever kijkt niet naar zijn kaarten voordat de gever troef heeft
gekozen. Zo kan hij zijn maat niets verklappen. Hier gebeurt dat vanzelf: deelt je maat, dan blijven jouw
kaarten dicht liggen totdat de troef is gekozen.
Troef kiezen
De gever bekijkt zijn kaarten en kiest een van de vier kleuren als troef. Hij mag ook
zonder troef spelen;
dan is er geen troefkleur en tellen de punten van dat deel dubbel. Bieden is er niet: de andere spelers moeten
zich daarbij neerleggen. Deel je zelf, dan verschijnen vier kleurknoppen en een knop 'Zonder troef'.
Kies meestal de kleur waarvan je de meeste kaarten hebt, liefst met de manille of de aas erbij.
De speelplicht
De speler links van de gever komt uit met een kaart naar keuze. De hoogste troef wint de slag; ligt er geen
troef, dan wint de hoogste kaart van de gevraagde kleur. Wie de slag wint, komt uit voor de volgende.
Bij manillen ben je veel minder vrij in wat je speelt dan bij wiezen. Er gelden drie regels, in deze volgorde:
- Bekennen is verplicht. Heb je de gevraagde kleur, dan moet je die spelen. Deze regel gaat
vóór alles.
- Ligt de slag bij de tegenpartij, dan moet je hem overnemen als dat kan. Kan je bekennen, dan moet
je een hogere kaart van die kleur spelen als je die hebt. Kan je niet bekennen, dan moet je troeven. Ligt
er al een troef van de tegenpartij, dan moet je overtroeven als je een hogere troef hebt.
- Ligt de slag bij je maat, dan moet je alleen bekennen. Kan je dat niet, dan mag je elke kaart
spelen: troeven mag, maar het moet niet. Meestal leg je dan een zware kaart bij, zodat je maat er punten
mee binnenhaalt (vetten).
En altijd geldt:
ondertroeven mag niet. Ligt er een troef en heb je alleen lagere troeven, dan leg je
een kaart van een andere kleur bij. Alleen als je niets anders meer hebt dan lagere troeven, mag je er een
opgeven.
Enkele voorbeelden, met harten als troef:
- West komt uit met schoppen-heer en de slag ligt bij hem. Jij hebt schoppen-10 en schoppen-7. Je
moet de schoppen-10 spelen: hoger kan, dus hoger moet.
- West komt uit met klaver-aas, jij hebt geen klaver meer, maar wel harten-7. Je moet troeven met
de harten-7, ook al is dat een kleine troef.
- West komt uit met klaver-aas, oost troeft met harten-8. Jij hebt geen klaver, wel harten-9 en harten-7.
Je moet overtroeven met de harten-9. Had je alleen de harten-7, dan mag je die niet spelen (dat is
ondertroeven) en leg je een andere kleur bij.
- Je maat heeft de slag met ruiten-10 en jij hebt geen ruiten. Nu mag je alles: leg er bijvoorbeeld een
losse aas bij, die is 4 punten waard.
Kaarten die je niet mag spelen, worden hier vanzelf geweigerd.
De telling
Niet het aantal slagen telt, maar de punten in de slagen. Je kan een deel dus winnen met minder slagen dan
de tegenpartij.
| Kaart | Punten |
| 10 (manille) | 5 |
| Aas | 4 |
| Heer | 3 |
| Vrouw | 2 |
| Boer | 1 |
| 9, 8 en 7 | 0 |
In elk deel zitten dus
60 punten. De ploeg met meer dan 30 punten schrijft het verschil met 30. Haal je
39 punten (en de tegenpartij dus 21), dan schrijf je 9 punten; de tegenpartij schrijft niets, maar verliest
ook niets.
Halen beide ploegen precies 30, dan schrijft niemand en telt het
volgende deel dubbel. Speelde de gever
zonder troef, dan tellen de punten dubbel. Wie alle acht slagen haalt, heeft 60 punten en schrijft dus 30 (maal
de vermenigvuldiger); daar komt op deze site geen extra verdubbeling bovenop.
Regionale verschillen
Aan tafel wordt meestal gespeeld tot 101 punten, een
boom; hier speel je net als aan tafel tot 101, de
boom, en bij hoge uitzondering stopt de partij na 40 delen (dan wint de hoogste stand). In sommige streken speelt
men tot 61, 121 of 151. Veel tafels kennen het
kloppen: vindt
de tegenpartij de troefkeuze gunstig voor zichzelf, dan zegt een van hen 'ik ga mee' en tellen de punten dubbel;
de ploeg van de gever kan met 'ik ga tegen' naar vier keer. Sommige tafels laten
blind zonder troef toe (kiezen
vóór je kaarten hebt gezien, vier keer de punten), en de deelvolgorde is 3-2-3 of 3-3-2. Kloppen en
blind zonder troef zitten (nog) niet in het spel op deze site.
Manillen: zo speel je het hier
Je speelt met je maat (Noord) tegen West en Oost. Onderaan het scherm liggen jouw 8 kaarten, met de troefkleur
vooraan. Klik op een kaart om hem te spelen; een kaart die niet mag volgens de speelplicht wordt geweigerd met een
melding. Ben jij de gever, dan kies je eerst de troef met de vier kleurknoppen of 'Zonder troef'. Met 'Vlot
doorspelen' spelen de computerspelers vanzelf door en met 'Scores' bekijk je de tussenstand. Een partij loopt
door tot een ploeg
101 punten heeft, de boom; het delen schuift elk deel een plaats door.
Een stip vóór een naam toont wie aan zet is, en onder de gever staat wat hij koos ('Troef' met het teken, of
'Zonder troef x2'). Een rij bolletjes voor de slagen, zoals bij kleurenwiezen, is er bij manillen niet: hier tellen
de kaartpunten en geen slagen, en die punten staan per deel op het bord. Hieronder bij 'Gameplay' zie je het op
schermafdrukken.
Manillen: puntentelling
Na elk deel worden de 60 punten geteld. De ploeg met meer dan dertig schrijft het verschil boven de dertig,
maal de vermenigvuldiger (zonder troef × 2, na een gelijk deel × 2, plafond × 4). Het scorebord toont
per deel wat beide ploegen scoorden en de stand.
Als de partij gedaan is, wordt
jouw score bepaald door het puntentotaal van jouw ploeg te nemen en daar het
puntentotaal van de tegenpartij van af te trekken. Win je de boom met 104 tegen 61, dan is je score 43; verlies
je met 70 tegen 103, dan is het min 33.
Het is dus niet alleen de bedoeling dat je ploeg zelf de boom haalt, maar ook dat je de tegenpartij zo weinig
mogelijk punten laat schrijven! Die score is je
dagscore en telt mee op de daglijst.
Manillen: Gameplay
|
Ben jij de gever, dan kies je de troef voordat er gespeeld wordt. Je maat (Noord) ziet zijn kaarten
pas als je gekozen hebt.
Uitleg bij de nummers:
- De vier kleurknoppen en de knop 'Zonder troef (x2)'. Klik op een kleur om die troef te maken,
of speel zonder troef: dan telt het deel dubbel
- De melding 'Jij deelt: kies de troef', en onder je naam 'deelt'. Zo zie je bij elke speler
wie er geeft
- Het bord: per deel de punten van WIJ (jij met Noord) en ZIJ (West en Oost). Het deel dat bezig
is staat er al op
- Jouw acht kaarten, met de troefkleur vooraan zodra die gekozen is
Geeft een computerspeler, dan kiest die zelf en zie je zijn keuze meteen onder zijn naam.
|
|
Om een kaart te spelen klik je ze aan met de muis (of je vinger, op een touchscreen). Een keuze kan
je niet ongedaan maken. Speel je een kaart die volgens de speelplicht niet mag, dan zegt het spel
dat en kies je opnieuw.
Uitleg bij de nummers:
- De stip vóór een naam toont wie aan zet is
- Onder de gever staat wat hij koos: 'Troef' met het troefteken, of 'Zonder troef x2'. Dat blijft
staan zolang het deel duurt
- De kaarten op tafel. Liggen er vier, dan gaan ze naar de winnaar van de slag
- 'Jij komt uit' als jij de slag begint, 'Jij bent aan zet' als je moet bijspelen
- Het bord: per deel de punten van WIJ (jij met Noord) en ZIJ (West en Oost), met x2 als er
zonder troef of na een gelijk deel gespeeld wordt. Het lopende deel telt mee terwijl je speelt;
onderaan staat het totaal. Een rij bolletjes voor de slagen is er bij manillen niet: er tellen
kaartpunten, en die zie je hier
|
|
De partij is gedaan zodra een ploeg de boom heeft: 101 punten of meer, geteld na een volledig deel.
Uitleg bij de nummers:
- Het eindbord: het totaal van wij en zij, en 'Jouw score', dat is wij min zij. Hier 103 min 55
= 48. Die score is je dagscore
- Met 'Nog een spel' begin je een nieuwe partij
Boven het spel staan de knoppen 'kleiner scherm' en 'groter scherm', handig als je op je telefoon
of tablet speelt.
|
Manillen: toernooien
In een toernooi speel je net als normaal tot een ploeg de boom heeft. Jouw score wordt vervolgens genoteerd in
de lijst van dat toernooi. Aan een toernooi nemen 10 spelers deel. Voor iedere speler is steeds dezelfde
uitgangssituatie: de kaarten worden per deel voor elke deelnemer precies hetzelfde gedeeld. Zo zie je op het
einde van een toernooi goed wie er het meeste uit dezelfde kaarten heeft gehaald.